Menu
    English

    Studerend lezen in hbo en vmbo

    Lezen van teksten met oog op kennisverwerving schiet ernstig te kort

    Publicatiedatum: 01 januari 2015

    In samenwerking met lerarenopleiders en leerkrachten wordt gewerkt aan de optimalisering van de leeromgeving en de aanpassing van de ICT-ondersteuning aan de praktijk van het zaakvakonderwijs (bijv. maatschappijleer, aardrijkskunde, geschiedenis, biologie).

    Toon:

    Doel van het project is de aandacht voor de ondersteuning bij het lezen van teksten in vakonderwijs te vergroten, (aankomend) docenten daarbij te faciliteren en de vaardigheden van leerlingen te vergroten.

    Uit eerder uitgevoerd praktijkgericht onderzoek is gebleken dat het lezen van teksten met het oog op kennisverwerving in het vmbo vaak ernstig tekort schiet. Bovendien geven veel vmbo-docenten aan dat het hen ontbreekt aan middelen om de taakaanpak van leerlingen (werkend in groepjes) in een positieve richting bij te sturen. 

    Aankomend docenten krijgen in het derde jaar van hun opleiding ondersteuning bij het studerend lezen in de vorm van een nieuwe leeromgeving. Deze digitale omgeving laat studenten nadenken over de inzet van de verschillende strategieën. Zo worden ze zich beter bewust van de eisen die elke studeertaak stelt. Studenten die op deze wijze hebben geleerd om expliciet na te denken over strategieën voor studerend lezen zijn beter in staat om in hun eigen beroepspraktijk in het vmbo leerlingen te ondersteunen bij het studerend lezen van vakteksten. 

    Achtergrond en werkwijze

    Sinds september 2016 is het project Studerend lezen van start gegaan. De afgelopen jaren hebben in het teken gestaan van een uitgebreid ontwerponderzoek, dat heeft geresulteerd in de uitvoering van een (gerandomiseerd) experiment dit schooljaar (2018-2019). Het doel van het project is om de aandacht voor het lezen van teksten in zaakvakonderwijs te vergroten, (aankomend) docenten daarbij te faciliteren en de studerend leesvaardigheden van zowel studenten als leerlingen te vergroten.

    In het hoger onderwijs wordt veel gebruik gemaakt van opdrachten waarbij een beroep wordt gedaan op taak-georiënteerd lezen. Bij taak-georiënteerd lezen heeft een student informatie uit een of meerdere teksten nodig om een taak uit te voeren (Vidal-Albarca et al., 2011). Deze taak kan bijvoorbeeld betrekking hebben op het schrijven van een essay of het beantwoorden van vragen over een tekst. Voor het vervullen van de taak moeten studenten verschillende typen activiteiten uitvoeren: ze moeten een taakrepresentatie formuleren, ze moeten uit de tekst(en) relevante informatie selecteren en ze moeten de taak uitvoeren, waarbij ze telkens moeten nagaan hoe de geselecteerde informatie zich verhoudt tot de taakuitvoering. Hierbij vindt een interactie plaats tussen de lezer, de tekst en de taak, waarbij de lezer zijn aandacht steeds verplaatst van de tekst naar de taak en andersom. Uit interviews gehouden met lerarenopleiders van verschillende zaakvakken ia gebleken dat studenten behoefte hebben aan ondersteuning bij het begrijpen van de lesstof en bij het relateren van de inhoud van de lesstof aan het leesdoel. In dit project wordt dit gerealiseerd door studenten opdrachten te geven die ze in de klas in groepjes gezamenlijk maken. Om de groepsdiscussies te structureren is ICT-leeromgeving ontworpen.

     Studenten bepalen welke elementen van de gelezen tekst relevant zijn voor de uitvoering van specifieke leertaken. Ze krijgen een rol toebedeeld (voorzitter, schrijver en denker). Deze rollen wisselen per les. Voor het vmbo is de ICT leeromgeving gericht op de korte teksten die leerlingen in de klas gewoonlijk lezen. Voor het hbo is de leeromgeving gericht op teksten die aanzienlijk langer zijn en niet in de klas maar als huiswerk gelezen worden. De pilots hebben veel informatie opgeleverd over hoe de ICT leeromgevingen kunnen worden geoptimaliseerd en aangepast aan de specifieke onderwijscontexten in vakonderwijs in vmbo en hbo. Voor het hbo zijn alle aanpassingen in de leeromgeving doorgevoerd en is afgelopen schooljaar gestart met het experiment bij 2e of 3e jaars cursussen van verschillende vakken in de 2e graads lerarenopleiding (lerarenopleidingen maatschappijleer, Engels, economie en biologie). De leertaken worden in co-constructie met de vakdocenten ontworpen zodat ze goed passen bij de leerdoelen van elk afzonderlijk vak. Binnen elke klas is een aselecte verdeling van studenten naar experimentele en controlegroep aangebracht. Beide werken met een tablet in groepjes van vier in dezelfde klas. De controlegroep heeft geen structurerende aanwijzingen voor de discussie, zodat het effect daarvan gemeten kan worden. Er worden zes lessen per klas gegeven volgens dit stramien.

    Na ieder blok wordt een focusgroep gehouden met ongeveer zes studenten die hebben meegedaan aan het onderzoek naar studerend lezen. De studenten geven aan dat zij moeten wennen aan het huiswerk dat gepaard gaat met het onderzoek, maar dat dit doorgaans zeker als nuttig wordt ervaren. Door het samenwerken in een groepje is er sprake van verantwoordelijkheidsgevoel, de studenten werken harder omdat hun groepsgenoten er last van hebben als zij onvoorbereid naar de les komen. Tijdens de lessen gaan de studenten discussiëren over de gelezen stof, zo zei een student: “We werden als het ware gedwongen om actief bezig te zijn met de stof”. Uit de focusgroepen blijkt dat de studenten de rolverdeling (voorzitter, schrijver, denkers) als zeer prettig ervaren. De rollen maken duidelijk wat van de student verwacht wordt tijdens de samenwerking. De studenten geven aan dat zonder de aangeboden rollen, de samenwerking waarschijnlijk chaotisch zou verlopen. Door de discussies in groepsverband, wordt duidelijk welke stukken tekst relevant zijn en hebben de studenten het gevoel dat zij de stof beter begrijpen. De tentamenweek lijkt een minder groot obstakel omdat de studenten ondervinden dat zij gedurende het blok al veel hebben geleerd.

    Voor de meting van effecten is een toets ontwikkeld waarbij niet alleen de kwaliteit van de beantwoording van vragen over een set van vier teksten (een mix van maatschappelijke, economische, historische en biologische onderwerpen), maar ook het leesproces van studenten in beeld wordt gebracht (o.a. het vinden van relevante tekstdelen voor de beantwoording). De resultaten van de pre- en posttests worden begin 2020 verwacht, aangezien er nog één ronde van het experiment zal plaatsvinden in aankomend blok 1. Hier wordt nog een enthousiaste docent voor gezocht om mee te doen.

    “Leerlingen die zonder problemen de onderbouw zijn doorgekomen, lopen vast in de bovenbouw. Ze halen in de onderbouw goede cijfers door ‘stampend’ te leren en redden het op motivatie en discipline. Zo kan het gebeuren dat een zwakke leerling op wilskracht in de bovenbouw terecht komt. Zodra er zaken gevraagd worden waarbij leerlingen verbanden moeten leggen en grote stukken tekst moeten bestuderen, komt er inzicht bij kijken en gaat het vaak mis. Blijkbaar zitten er hiaten in de basis van deze leerlingen en wordt er nu een beroep gedaan op vaardigheden die leerlingen niet beheersen.”