Menu
    English

    Onderzoekend vermogen van startbekwame leraren: wanneer is het goed genoeg? Ontwerp van een referentiekader voor curriculumontwikkelaars

    Publicatie van Kenniscentrum Talentontwikkeling

    J.S. Rozendaal, M. Ridder, M. Laarschot,van de, D. Doornebos-Klarenbeek | Artikel | Publicatiedatum: 15 maart 2023
    Het onderzoekend vermogen van aspirant-leraren wordt in de eindfase van lerarenopleidingen veelal getoetst door middel van het uitvoeren en rapporteren van een praktijkonderzoek. Dit onderdeel van de opleiding is voor veel studenten een struikelblok en heeft vaak een beperkte impact in de onderwijspraktijk. ‘Dit doe ik na mijn diplomering nooit meer,’ verzuchten studenten. Oostdijk et al. constateren dat er vragen leven ten aanzien van de plaats en vorm van onderzoek in curricula van lerarenopleidingen: hoe zorgen we ervoor dat onderzoek wél betekenisvol is en duurzaam impact heeft op het handelen van de leraar? Wanneer is het niveau van onderzoekend vermogen ‘goed genoeg’? Deze vragen vormen onderwerp van gesprek in de BAMA-groep, een informeel leernetwerk van portefeuillehouders onderzoek van educatieve bachelor- en masteropleidingen in Nederland en één deelnemer in Vlaanderen. In 2020 ontstond de behoefte om gezamenlijk te expliciteren wat we als lerarenopleiders verwachten van het onderzoekend vermogen van een startbekwame leraar op bachelorniveau in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs. Dit gezamenlijke beeld zou vervolgens kunnen dienen als een referentiekader voor het vormgeven van onderwijs inclusief toetsing in de afstudeerfase. In drie rondes ontwikkelde de BAMA-groep een ‘Kader onderzoekend vermogen van de startbekwame leraar op bachelorniveau’. In dit beschouwend artikel beschrijven we de totstandkoming, presenteren we het kader en het gebruik ervan, evenals nog openstaande vraagstukken.

    Auteur(s) - verbonden aan Hogeschool Rotterdam

    Betrokken bij deze publicatie