Menu
    English

    Ontmoeting 185: En toen ging de hogeschool weer dicht

    Vanwege storm Eunice moest de hogeschool weer even op slot. Bij het nemen van dat (logische) besluit gingen de gedachten van bestuursvoorzitter Ron Bormans automatisch terug naar de crisissituaties die werden veroorzaakt door de coronapandemie, zo schrijft hij in zijn blog.

    We hadden onze crisisstructuur al vaker ontbonden. Dus zeiden we woensdagochtend 16 februari wel tegen elkaar dat dit de laatste vergadering zou zijn waarin we in crisistermen over corona zouden spreken, maar… we voelden het “Oh ja?” allemaal. En spraken voor de zekerheid af dat we een deel van de reguliere vergadering van het College van Bestuur voor dit onderwerp zouden gaan gebruiken, mocht dat nodig zijn. Ook dat we het kernteam in tact zouden laten om desgewenst snel te kunnen handelen. Nog geen twee dagen later komt datzelfde kernteam vrijdagochtend in alle vroegte bijeen. Deze keer niet omdat Corona ons daartoe dwingt, maar storm Eunice. Hadden we de dag van tevoren nog een slag om de arm gehouden of we wel dicht zouden gaan, berichten van de NS en RET – opgevangen via een tweet, laat op de donderdagavond – dwingen ons de boel te sluiten. En dus gaat de hogeschool toch weer dicht…

    Dinsdag 15 februari, 10.15 – 12.00 uur: De effecten van corona

    Terwijl we aan alle tafels de conclusie trekken dat we alles op alles moeten zetten dat de hogeschool open blijft. Ook als we weer geconfronteerd gaan worden met een nieuwe golf. De schade die sluiting met zich meebrengt, moet zwaarder wegen bij een eventuele toekomstige afweging dan de afgelopen periode het geval was. Die boodschap krijg ik impliciet mee van een aantal docenten waar ik het gesprek mee voer, als ze me vragen of ik niet harder “met de vuist op tafel had moeten slaan” in Den Haag. Zijn we als hogeschool niet teveel meebewogen met de landelijke pendule van op slot gaan, weer open, op slot, weer open… Wellicht. Moeten we maar eens meenemen in onze evaluatie. Die vuist op tafel had inderdaad harder mogen klinken, te midden van al die belangenbehartigers aan de tafels van de talkshows de afgelopen twee jaar,  waar het onze jeugd betreft. In mijn ogen hebben zij de grootste prijs betaald en ik weet niet of ze zich altijd door de samenleving gesteund hebben gevoeld. Misschien iets om in het achterhoofd te houden als we nadenken over compensatie voor het leenstelsel….

    Mental injury

    Het begrip ‘mental injury’ valt; net als ‘collectief trauma’. Stevige woorden die proberen tot uitdrukking te brengen dat corona meer teweeg heeft gebracht dan ziekte, dood, studievertraging of economische malaise. Corona, of misschien niet corona op zich, maar ook het coronabeleid, heeft mensen pijn gedaan, verhoudingen tussen mensen op scherp gezet, nieuwe tegenstellingen gecreëerd: tussen gevaccineerden en niet-gevaccineerden. De fragmentatie in de samenleving is toegenomen, dat heeft een effect op de samenleving, op maatschappelijke organisaties en dat heeft dus ook een effect binnen de hogeschool. Daar moeten we iets mee. De samenleving is op momenten ‘tot op het bot verdeeld geraakt’, aldus de kersverse minister van Volksgezondheid bij de laatste persconferentie, een gegeven waar we een hogere prijs voor betalen als we het negeren dan wanneer we het nu benoemen. Plus dat voor sommige mensen de crisis nog niet voorbij is. De minister zei het wat verbloemd: risicogroepen gaan een spannende tijd tegemoet nu de samenleving weer open gaat.

    Dinsdag 15 februari, 13.00 – 14.15 uur: Hogeschool Rotterdam in tijden van corona

    We vinden het belangrijk om vast te leggen hoe we als hogeschool corona hebben beleefd. Dat doen we door middel van een documentaire die we laten maken. Die vorm maakt het mogelijk om niet alleen de chronologie goed vast te leggen, maar ook het daarmee gepaard gaande gevoel. Het frisse enthousiasme waarmee we samen aan de slag gingen, het voorzichtige optimisme op weg naar de eerste zomer, de teleurstelling die zeker ook in Rotterdam in de zomer werd ingeluid met snel oplopende besmettingen onder jongeren, het ontluikende perspectief als gevolg van vaccineren en het gevoel dat de volgende zomer de periode van ‘normaal’ zou inluiden en dan omikron die dat perspectief aan diggelen sloeg. Die laatste golf en die laatste set van maatregelen van december hakten erin, omdat elk perspectief onzeker werd en er nog maar één optie open bleef: open gaan. Spannend. Zeker als we op weg moeten naar een nieuwe manier van denken. Niet meer meebewegen (virus komt zijn hok uit, wij kruipen erin en virus gaat terug het hok in en wij komen er uit), maar uitspreken dat we open blijven en nadenken wat ons dan te doen staat.

    In de zomer moet je het dak repareren

    Oftewel, als de besmettingscijfers teruglopen, moeten we nadenken wat we bij een volgende golf moeten doen. Te vaak hebben we als land of sector maatregelen moeten doordenken met de hijgerig oplopende cijfers in onze nek. En dan weet je een ding zeker, dat je die maatregelen in een stressvolle situatie doordenkt en als iets in de huidige samenleving een recept voor heftige polemieken is, dan is het dat. Als hogeschool gaan we dat gesprek aan. Maar dat kunnen we niet alleen.

    Donderdag 17 februari, 13.00 – 15.00 uur: Nadenken over de toekomst

    Een van onze directeuren doet de oproep richting zijn collega’s en het College van Bestuur. Uitgenodigd, in wat wij het Directeurenoverleg noemen, om thema’s te benoemen waar we de komende tijd extra aandacht aan moeten schenken, brengt hij het volgende in: “Corona heeft nu, meer nog dan eerst, getoond hoe groot het isolement van studenten en medewerkers is geweest; de sociale factor en daarmee verbonden de ontwikkelingsfactor van ons onderwijs staat onder druk. Schrijnende gevallen van psychische nood zijn aan de orde van de dag. Hoe gaan we om met de opvang nu? Hoe bereiden we ons voor op de lange termijn schade en hoe willen we een herhaling voorkomen door vitaliteit een integraal onderdeel van beleid op alle aspecten te laten zijn?”.

    De een heeft corona anders beleefd dan de ander

    Er volgt een goed gesprek waarin directeuren hun beelden delen. En die beelden variëren. Wat weer eens duidelijk wordt, is dat mensen verschillend reageren op uiteenlopende omstandigheden. Er zijn studenten die de coronaperiode positief beleefd hebben, er zijn medewerkers die plezier gevonden hebben in het thuiswerken, maar daar staat het beeld tegenover van verlangen elkaar weer te zien, fysiek samen te werken; daar staat tegenover het beeld van gelatenheid of zelfs depressie. Die variëteit leert ons dat we dit gesprek niet alleen aan centrale tafels moeten voeren, maar bij uitstek binnen de opleidingen, de diensten, met studenten, waarbij we om te beginnen eerst maar eens goed moeten luisteren; in een dergelijke, intieme setting krijgen beelden diepgang en kunnen verschillen tot hun recht komen. En kan aan verbinding gewerkt worden.

    Het stormt

    Je zou het niet zeggen. Twee heftige stormen op rij lijken eerder het luikje te zijn naar de herfst, dan naar het voorjaar. Maar toch is het zo dat we voorzichtig naar dat voorjaar mogen kijken en met een samenleving die open gaat is dat een heerlijk perspectief. Zo ook dat we weer vol kunnen gaan doen wat belangrijk is: lesgeven op locatie, uiteraard de lessen meenemend dat onderdelen ook heel goed online kunnen. Mijn dringend advies is wel om dat niet ‘zomaar’ te gaan doen, maar in de verschillende teams daar expliciet bij stil te staan. Hoe gaan we dat doen? Wat hebben we geleerd? Hoe vinden we elkaar weer net wat intenser dan nu (“we zijn elkaar een beetje kwijtgeraakt door corona”, zei een collega) en hoe gaan we zorgvuldig om met mensen die de komende fase spannend vinden?

    Zorg een beetje voor elkaar

    Tijdens corona was het adagium: laten we voor elkaar zorgen. Mijn idee is, laten we vooral goed voor elkaar zorgen nu we een nieuwe fase in gaan, waarin corona juist wat meer naar de achtergrond verdwijnt. Niet: strik erom heen, klaar.

    De wind giert om ons huis. Het voelt goed dat we nog niet zo lang geleden onze wat wankele schoorstenen hebben laten verstevigen. De bomen voor ons huis maken bewegingen die ik ze nooit zie doen. De straat is bezaaid met takken. Ik zie buren buiten lopen. Ze turen naar hun dak en wijzen naar iets. De duim gaat omhoog, gelukkig. Mijn telefoon trilt bij voortduring. Berichten stromen binnen. Om 14.17 uur krijg ik bericht van ons hoofd beveiliging: “Alles dicht en op alarm, zelf de laatste collega’s thuisgebracht. Fijn weekend!”.

    Over de auteur

    Ron Bormans - voorzitter College van Bestuur Hogeschool Rotterdam

    Ron Bormans (1957, te Schinnen, Zuid-Limburg) mag zich verheugen in een lange periode van ontmoetingen in en met het hoger (beroeps)onderwijs. Tijdens zijn studies: Natuurkunde (propedeuse) in Eindhoven en Politicologie / Bestuurskunde in Nijmegen. Maar ook in zijn loopbaan. Hij werkte o.a. als plv. directeur HBO en directeur Studiefinanciering bij OCW. Daarnaast was hij consultant bij Capgemini. Op dit moment geeft hij leiding aan Hogeschool Rotterdam als bestuursvoorzitter, een functie die hij eerder bekleedde bij de HAN. Maar hij deed ook de HvA en Inholland aan en hield toezicht op onderwijsprogramma's als directeur NQA.

    Elke twee weken is de nieuwe blog-post ook te volgen op Twitter via @ronbormans1.