Menu
    English

    Ontmoeting 80 | China en de prestatieafspraken

    Op uitnodiging van de Nederlandse en Chinese overheid spreekt Ron Bormans in Beijing met bestuurders van Chinese universiteiten, die geïnteresseerd zijn in een transitie naar 'University of Applied Sciences'. Tijdens het bezoek komt de uitslag van de Reviewcommissie over de Prestatieafspraken.

    Zondag 30 oktober, 9.00 uur, Chinese tijd, Vliegveld Beijing: wachten op vertrek

    Vier dagen China zitten er op. Mijn eerste indringende kennismaking met dit deel van Azië. Ik ben op pad geweest met Peter Peverelli en Kees Kouwenaar van de Vrije Universiteit Amsterdam, beiden gelouterde mannen in het internationale hoger onderwijs. Met als extra dimensie bij Peter dat hij alles van China weet, perfect Chinees spreekt en in staat is om de lagen te duiden achter een soms westers ogende werkelijkheid. Hij komt er al sinds 1975. De Culturele Revolutie was officieel nog gaande…. We zijn hier om – met subsidie van de Nederlandse en Chinese overheid – in gesprek te gaan met bestuurders van Chinese universiteiten. Kees had mij erbij gevraagd omdat China een aantal topuniversiteiten heeft, maar een belang ziet bij het doorontwikkelen van een groot deel van de universiteiten in de richting van Universities of Applied Sciences. Ons belang is een relatie ontwikkelen met de zich heel snel ontwikkelende Chinese onderzoek- en onderwijsinfrastrastructuur.

    Het is rustig in de lobby. Een rust die vreemd afsteekt tegen de immense hectiek van Beijing. Alles speelt zich af op een schaal die op ons vervreemdend overkomt. Vermenigvuldig alles wat je kent met duizend, adviseerde Kees mij en dan heb je een beeld. Ik heb er in mijn presentatie een beetje op geanticipeerd. Ik heb Rotterdam nadrukkelijk in de context geplaatst van de Randstad om niet meteen een inwonertal te hoeven laten zien dat hun aandacht doet verslappen.


    Tijdens de lezing voor bestuurders van Chinese universiteiten

    Veel van de aanwezige bestuurders leiden universiteiten in ‘Provinciestadjes’ die vele malen groter zijn dan Rotterdam. Het feit dat ‘my university’ 35.000 studenten kent, de prachtige foto’s van de Rotterdamse architectuur, maar vooral het verhaal over de wezenskenmerken en historische ontwikkeling van het Nederlandse hbo houden de aandacht vast. Er zijn treffende overeenkomsten tussen de vraagstukken waar wij voor staan en de vraagstukken van mijn Chinese collega’s. 

    Andere wereld of gelijkenis?

    Vier dagen China zitten er op. Vier dagen ondergedompeld zijn in een wereld die vaak Westers oogt – de Starbucks Coffee staat naast me op de grond; in de taxi werd de Chinese Idols in de hoofdsteun vertoond, afgewisseld met reclame voor Kentucky Fried Chicken – maar die unieke kenmerken heeft. Die zoekt naar een andere invulling van haar economische rol, minder de fabriek van de wereld zijn, hoger komen op de ladder van toegevoegde waarde. Die begrijpt dat creativiteit de noodzakelijke schakel is, maar die moet ontwikkelen in een cultuur met kenmerken als collectiviteit en de deugd van het volgen, het niet tegenspreken van docent of leidinggevende.

    Het land zal openheid naar de wereld moeten betrachten, maar zit politiek eerder in een beweging naar meer afsluiting. Met haar vijfjarenplannen. Elk individueel gesprek met mijn talloze Chinese collega’s komt daar steeds weer bij uit: hoe kom ik goed in verbinding met de doelstellingen uit de vijfjarenplannen…… Die verbinding borgt het geld.

    Dinsdag 25 oktober, 12.00 uur, Nederlandse tijd: Eindrapport Prestatieafspraken

    De Reviewcommissie publiceert haar definitieve advies over de prestatieafspraken. In 2012 hebben de hogescholen en universiteiten afspraken gemaakt over wat zij zouden leveren. Het jaar 2016 is het jaar van de afrekening. Hogeschool Rotterdam staat in het lijstje van zes hogescholen die op een aspect een negatief advies krijgen: zij hebben de doelstellingen met betrekking tot studiesucces niet gehaald. De onrust die dat teweeg brengt zou me alle dagen in China begeleiden. Er zijn overigens meer hogescholen dan de genoemde zes die vooral de doelstellingen ten aanzien van studiesucces niet halen, maar ook ten aanzien van andere parameters.

    Echter, de commissie stapt daar overheen en komt tot de generieke conclusie dat het hbo fantastische stappen gezet heeft de afgelopen jaren. Klopt. De dynamiek van het hbo is een hele positieve. En dat geldt zeker voor Hogeschool Rotterdam. Het is onterecht dat deze hogeschool een negatief advies krijgt ten aanzien van studiesucces; met als risico dat we moeten krimpen met het equivalent van 45 fte. De financiële schade zou meevallen, zo laat de voorzitter van de commissie in een interview met het Hoger Onderwijs Persbureau weten. Vind ik dus niet. 45 Fte betekent dat we voor 45 opleidingen een extra docent kunnen inhuren in de begeleiding van langstudeerders, voor een belangrijk deel ons echte probleem. 

    Kijk niet mechanisch, maar met timmermansoog

    De hogeschool laat in een verklaring weten het niet eens te zijn met het advies. Ik kies voor een duidelijke toon. Slechte verliezer? Wellicht. Belangrijker is dat we een goed verhaal hebben. Principieel heb ik me in 2012 al tegenstander getoond van het fenomeen prestatieafspraken. Dit is nou een voorbeeld van de verkeerde vorm van rendementsdenken. Het leidt tot een verkeerde fixatie op getallen en vormen van mechanische afrekening. Dat vind ik nu, en vond ik toen ook al. Je ziet het terug in de manier van redeneren van de commissie. Niet werkend met het timmermansoog, maar gebruik maken van een andere methodiek op basis waarvan zes hogescholen op het zeefje zijn blijven liggen. Niet kijken naar de achtergrond van de cijfers, maar in feite een ander algoritme hanteren, met nieuwe spelregels. Terwijl dat nooit de formele opdracht is geweest. De cesuur is aangepast, maar dat had op veel manieren kunnen gebeuren, met andere lijstjes als gevolg en is er niet gekeken naar het verhaal achter de cijfers.

    Dat verhaal achter de cijfers bij onze hogeschool begint in 2013. We vonden het toen nodig steviger in te zetten op kwaliteit: het Focus-programma werd gelanceerd. In de door de minister geformuleerde opdracht van de commissie staat dat inzetten op kwaliteit een reden kan zijn om alsnog positief te adviseren. En we hebben succes gehad met die strategie. We hebben alle doelstellingen gehaald op dit gebied: die we onszelf gesteld hadden en die van de Prestatieafspraken (stijging studenttevredenheid, stevige uitbouw van ons Excellentieprogramma, forse stijging van aantal docenten met masteropleiding). Ook de parameters die van doen hebben met onze bedrijfsvoering (contacturen en reductie overhead) staan vol op donkergroen. Alles wat direct in onze invloedssfeer ligt, hebben we gehaald.

    Winstwaarschuwing

    Al in 2013 wisten we dat we afspraken op het gebeid van studiesucces niet zouden gaan halen. Hoe we dat wisten? Omdat de indicator die we daarvoor meekregen 'historisch' was. In 2012, bij het maken van de Prestatieafspraken baseerde men zich op de resultaten van de studenten die gestart waren in 2006 en die na vijf jaar (in 2011) al dan niet een diploma haalden. We zagen eind 2013 al dat de cohorten 2007 en 2008 grote problemen hadden.

    De problematiek was te indringend en onze focus op kwaliteit te noodzakelijk. Daar hoorde ook bij de mooie uitbouw van onze Ad-opleidingen, waar de commissie ons ook lof voor toezwaait. We hebben dat toen in een formele brief aan de minister laten weten. De brief is voor kennis aangenomen. We hebben als het ware heel vroeg een soort ‘winstwaarschuwing’ afgegeven. We hadden ons te ambitieus getoond in de gemaakte Prestatieafspraken, die indertijd niet voor niets het predicaat ‘zeer goed’ hadden meegekregen. Voorbeeld:  Hogeschool Rotterdam heeft als enige Randstad Hogeschool een hogere ambitie neergezet op de indicator ‘studieuitval in het eerste jaar’, met als effect dat we de doelstelling van elke randstadhogeschool gehaald hebben, behalve onze eigen hogere ambitie. 

    Een voorbeeld van waar het timmermansoog passend was geweest. Daar waar we het slechter doen, zijn de verschillen klein en kan de hogeschool bogen op een staat van dienst waarbij we jaren bovengemiddeld gepresteerd hebben. Dat is het grotere verhaal achter de cijfers. Studieuitval vermijden zit ons ons dna. We laten zien dat daar waar het direct in onze invloedssfeer ligt, we leveren. Waarom zouden we dat dan niet doen, als het een kwestie van de knop omzetten is, waar het gaat om een basale waarde? Dat klemt des temeer omdat de commissie ons prijst voor onze alertheid, het agenderen van het vraagstuk, ons beleid en onze voornemens.

    In 2015 vonden we de problematiek zo indringend dat we de noodklok zijn gaan luiden in de vorm van ons essay Kwaliteit in de klas. In dat essay vroegen we aandacht een ontwikkeling naar toenemende ongelijkheid in het hbo, in het bijzonder bij hogescholen met een diverse studentpopulatie en hogescholen die leunen op een stevige mbo-instroom. Het beleid is geïntensiveerd, onder andere in een ambitieuze vormgeving van ons beleid ten aanzien van de studiekeuzecheck en het herontwerp van opleidingen. Dat gaat vruchten afwerpen, zien we nu al gebeuren bij sommige opleidingen. Maar het heeft even zijn tijd nodig. 

    Op het moment zien we onze maatregelen nog maar weinig terug in de cijfers: van de studenten die in 2012 instroomden, ten tijde van het maken van de prestatieafspraken, weten we pas in 2017 of meer studenten de eindstreep hebben gehaald na vijf jaar.

    Niet straffen, maar investeren

    Want ja, het klopt dat ons studiesucces onderuit gaat. Dat erkennen we, trekken we ons aan en is maatschappelijk gezien absoluut onacceptabel. We zoeken en vinden de samenwerking met de Rotterdamse hogescholen en Roc’s om het vraagstuk op te lossen en vragen de minister om steun en ruimte om maatregelen in het mbo en tussen het mbo en hbo (schakeltrajecten). We zijn zelf programma’s gestart om de grote hoeveelheid langstudeerders te begeleiden naar een diploma. Vooral de mbo’er heeft het de afgelopen jaren moeilijk gekregen bij ons, vanwege de vaak spectaculaire stijging van ons eindniveau. Ook hier is een timmermansoog passend: we zijn heel veel studenten nog niet kwijt! En daarom hebben we die 45 fte meer dan nodig…… Ons nu straffen is een vorm van desinvestering. Vasthouden aan de systematiek zou een vorm van overwoekering zijn van de bedoeling door het systeem….

    Donderdag 26 oktober, 19.30 uur Chinese tijd: de Hotpot

    De mbo’er heeft het moeilijk bij ons. Vooral de mbo’er valt vaker uit, is kwetsbaar en doet vooral langer over de studie. Maar niet Sjors en Marloes, twee succesvolle studenten van onze opleiding Trade Management for Asia (TMA), met een mbo-achtergrond. Zij hebben er alle twee voor gekozen om een lange tijd in China te studeren (Beijing University of Technology) en te werken. Zij zijn laaiend enthousiast. Kees, Peter en ik eten samen met hen. De Hot Pot, een Chinese specialiteit, met een zekere analogie met fonduen (en een Chinees biertje om te blussen als dat rode pepertje er toch doorheen glipt…). Ik kom veel te laat, mijn taxi moest zich door de immense drukte van Beijing wurmen. Ik had natuurlijk gewoon die perfecte metro moeten nemen. Gelukkig vermaken de heren en dame zich al met het Chinese equivalent van zoutjes en een heerlijk kopje sojamelk…


    Met student Sjors en de CEO van zijn stagebedrijf CSoft

    Sjors en Marloes vertellen waarom zij denken dat de mbo’er het moeilijk heeft in het hbo, in mijn woorden: het hogere tempo, de noodzaak van zelfstandigheid, het appèl op cognitie en de noodzaak van een proactieve houding. Hun verhaal illustreert op hetzelfde moment waarom het van belang is dat we de doorstroom mbo-hbo levendig houden. Hun verhaal illustreert ook hoe geweldig het is om een deel van de studie in het buitenland te doen…

    Sjors had mij de hele dag begeleid en was aanwezig bij mijn gesprekken in de Nederlandse ambassade, met de CEO van het Chinese bedrijf waar hij werkt, het kantoor van EP-Nuffic in China. We lunchen met Robert van Kan, Nederlandse consultant en iemand die de weg weet in het Chinese hoger onderwijs. Met een opvallende rode draad in de gesprekken: de noodzaak China te moderniseren in een spannende politieke tijd, de clash tussen actuele cultuur en gewenste ontwikkeling, de strijd tussen de noodzaak het land te openen en een politieke tendens tot sluiten.

    Ook gaat het over het toenemende zelfbewustzijn van de Chinezen en de moeilijkheden die wij hebben onszelf als (democratische) norm te stellen, met de Amerikaanse verkiezingscampagne in het achterhoofd en onze eigen, Europese worsteling met de democratie. Maar we hebben het ook over het grote belang dat toegekend wordt aan het hoger onderwijs om leidend te zijn in deze transformatie en de hoop dat veel universiteiten de rol van hogeschool op zich willen nemen.

    Confucius wist het al

    We praten er veel over, Peter, Kees en ik, ook als we op onze vrije zaterdag door de schitterende Confucius Tempel slenteren. Voor zover we niet aan de lippen van Peter hangen als hij zijn kennis van China en haar historie met ons deelt. Kennis verwerven is een investering, maar ook gewoon een genot om te mogen consumeren. Ik leer heel veel in betrekkelijk korte tijd en word gedwongen mijn vastzittende opvattingen over China te herzien. Op enig moment staan we stil bij de levensbeschrijving van Confucius, zelf van bescheiden afkomst, met een positief mensbeeld, die studie en scholing zag als een mogelijkheid tot verheffing. In een Engelse vertaling van de Chinese karakters trof me zijn ambitie: “providing education for all indiscriminately ”.

    Dat is precies wat we willen doen in Rotterdam. Waar we ons aan gecommitteerd hebben. En waar we alle steun bij kunnen gebruiken die nodig is.

    Over de auteur

    Ron Bormans - Voorzitter College van Bestuur Hogeschool Rotterdam

    Ron Bormans (1957, te Schinnen, Zuid-Limburg) mag zich verheugen in een lange periode van ontmoetingen in en met het hoger (beroeps)onderwijs. Tijdens zijn studies: Natuurkunde (propedeuse) in Eindhoven en Politicologie / Bestuurskunde in Nijmegen. Maar ook in zijn loopbaan. Hij werkte o.a. als plv. directeur HBO en directeur Studiefinanciering bij OCW. Daarnaast was hij consultant bij Capgemini. Op dit moment geeft hij leiding aan Hogeschool Rotterdam als bestuursvoorzitter, een functie die hij eerder bekleedde bij de HAN. Maar hij deed ook de HvA en Inholland aan en hield toezicht op onderwijsprogramma's als directeur NQA.

    Elke twee weken is de nieuwe blog-post ook te volgen op Twitter via @ronbormans1.