Menu
    English

    “Economische opleidingen moeten op de schop om aarde leefbaar te houden”

    Kees Klomp aan de slag als lector Betekeniseconomie

    01 oktober 2020

    Over een paar jaar zijn de economische opleidingen van Hogeschool Rotterdam totáál anders dan nu, voorspelt Kees Klomp. Hij is per 1 oktober bij Kenniscentrum Business Innovation aan de slag gegaan als lector Betekeniseconomie en hoopt nog mee te kunnen maken dat we in een wereld leven waarin zo veel mogelijk winst maken geen graadmeter meer is voor ondernemers.

    Kees Klomp tovert een glimlach op zijn gezicht. “Weet je waarom ik steeds activistischer word”, vraagt hij, om direct zelf het antwoord op de vraag te geven. “Ik heb drie kinderen. Twee volwassen meiden en een zoontje van 6 jaar. Hij was een verrassing, een prachtige toegift voor ons gezin. Finn is mijn emotionele achilleshiel. Ik voel een enorme drang om hem te beschermen. Mijn meiden hebben hun plekje al gevonden, maar die kleine wordt straks geconfronteerd met een enorme bak bagger. Een zeespiegelstijging van 7 meter, 1,3 miljard vluchtelingen in 2050 uit gebieden die onleefbaar zijn geworden, noem maar op.”

    De belangrijkste oorzaak van die ‘bak bagger’ is volgens Klomp de economie waarin bedrijven alleen maar bezig zijn met zichzelf verrijken ten koste van de planeet en de mensheid. Daar maakte hij tot 2006 zelf ook deel van uit. Maar op een gegeven moment botsten zijn werkzaamheden in het bedrijfsleven met zijn ethische gemoedsrust. Na een burn-out zegde hij zijn baan op en verhuisde hij naar een klein dorpje in Drenthe. Zijn nieuwe levensdoel: kennis en kunde op het gebied van business development alleen nog maar inzetten om de wereld te verbeteren.

    Hij is initiator van diverse instellingen op dit gebied, schreef diverse boeken over hoe je maatschappelijk betekenisvol kunt ondernemen en geeft talloze lezingen over dit onderwerp. En de drang om zijn verhaal te vertellen wordt alsmaar groter.  

    Is die activistische kant ook een reden geweest om aan de slag te gaan als lector bij Hogeschool Rotterdam?
    “Ik voel me geroepen om mijn bijdrage te leveren aan de transformatie aan het onderwijs. Ik ben de hogeschool ontzettend dankbaar dat ze mij deze kans bieden. Het zou voor Hogeschool Rotterdam veel gemakkelijker zijn om door te gaan op de huidige weg. Het getuigt van buitengewoon veel visie en verantwoordelijkheidsgevoel om een lector Betekeniseconomie aan te stellen. Dat vind ik echt moedig. Ik merk dat heel veel mensen binnen de hogeschool de urgentie van dit onderwerp voelen. Ze weten dat er iets mis is en dat het zo niet langer kan. Maar ze zijn zoekende naar de juiste taal en methoden. Met z’n allen kunnen we op dit gebied een gemeenschappelijke taal en beweging creëren. Dat is voor mij een heel waardevolle verdieping van waar ik mee bezig ben. Ik hoefde dan ook geen seconde na te denken toen ik voor dit lectoraat werd gevraagd.”

    Hoe gaat die transformatie van het economisch onderwijs eruitzien?
    “Ik weet dat studenten hier op de hogeschool nog steeds leren dat bedrijven er zijn om winst te maximaliseren, dat economische groei de norm is zodat er belastingen geïnd kunnen worden en er baangaranties zijn. De gemiddelde student loopt hier dus de deur uit als onderdeel van het probleem en niet als onderdeel van de oplossing. Economische vakken moeten ingrijpend veranderen. Ze gaan nu vooral over accumulatie, over groei. Straks gaan ze over: wat hebben we nodig om de planeet leefbaar te houden en onze samenleving goed in te richten? Economen moeten daarna pas berekenen wat de implicaties daarvan zijn in plaats van dat economen ons dicteren wat we moeten doen om het huidige systeem te behouden. We moeten toe naar een systeem waarbij ecologen, sociologen, antropologen, politiekologen en psychologen als eersten naar situaties gaan kijken en dan mogen economen als laatsten hun berekeningen daarop los laten. Nu wordt er vaak geroepen dat de verduurzaming van Nederland te duur is. Serieus? Dat verhaal kunnen we toch niet aan onze kinderen verkopen? ‘Ja sorry, we kunnen niets aan onze problemen doen, omdat het te veel geld kost.’ What the fuck? Daarom moet de inhoud van economische opleidingen op de schop. Anders kunnen we de aarde niet leefbaar houden.”

    Het volledig veranderen van opleidingen is nogal wat.
    “Ja, dat is nogal wat. Maar het opwarmen van de aarde met 3 graden is ook niet niks.”

    Ik bedoel dat het niet van de een op de andere dag is geregeld.
    “Eerlijk gezegd heb ik nog geen idee hoe dat proces zal gaan. Maar het begint met het creëren van een gemeenschappelijke overeenstemming dat het niet langer kan zoals het nu gaat. Daar ligt hier bij de hogeschool al een mooie basis voor en die moeten we zien uit te bouwen. Daar is jaren voor nodig, dat lijkt mij duidelijk.”   

    Er gebeuren wereldwijd wel al goede zaken op het gebied van duurzaamheid, toch?
    “Er is een groeiend ethisch besef, zeker. Dat is vooral onder millennials het geval. Zij vinden dat bedrijven beter hun best moeten doen op het gebied van duurzaamheid. Daarna komen de centennials, zeg maar de eerstejaars van de hogeschool. Zij vinden niet dat bedrijven hun best moeten doen om ‘groener’ te zijn, nee, zij vinden dat het hele systeem waarin we leven op die manier ingericht moet worden. Voor centennials is het de norm. Er is een groot verschil tussen millennial Leonardo Di Caprio die bij Shell vertelt dat het beter kan en centennial Greta Thunberg die zegt dat alle oliebedrijven om moeten vallen. Nu kloppen bedrijven zichzelf graag op de borst met allerlei duurzaamheidsmaatregelen. Laat ik landbouwsector nemen. Dat is de duurzaamste landbouwsector ter wereld, zeggen we graag. Dat klopt, want er is een enorme duurzaamheidsslag geslagen. Maar als je kijkt naar de systeemwaarde is het nog altijd enorm toxisch. Laat me dat uitleggen aan de hand van de vergelijking met een alcoholverslaafde. Eerst dronk hij 60 biertjes per dag en nu nog maar 25. Knap dat hij 35 biertjes per dag minder drinkt, maar het zijn er nog altijd 25. Dus hij is nog steeds verslaafd. We moeten er naartoe dat hij helemaal niet meer drinkt. Die stap is super ingewikkeld. Binnen het bestaande economische systeem gaat dat niet lukken. Daarom is het erg relevant wat er nu gebeurt in de maatschappij. Dit is nog maar de eerste externe plaagstoot.”

    (Interview gaat verder onder de foto.)

    De coronacrisis?
    “Ja. De economische crisis van 2008 was een correctie van binnen het systeem, dat implodeerde. Een soort natuurlijk herstel waar eigenlijk niets mis mee is. De crisis van nu heeft niets te maken met een intern herstelprincipe. Nee, het wordt van buitenaf gesloopt. En als ik de wetenschap moet geloven, en dat neig ik te doen, komen we voor nog veel zwaardere beproevingen te staan dan covid-19. De klimaatverandering en ineenstorting van de biodiversiteit zal nog veel grotere gevolgen hebben voor onze economie als we op dezelfde voet doorgaan als nu. Dus moeten we de economie echt anders inrichten. Nu is alles ingericht om bijvoorbeeld de Rotterdamse economie zo goed mogelijk aan te laten sluiten op de wereldeconomie, vooral door zo veel mogelijk import en export. Maar we moeten ons bezig houden met hoe we Rotterdam zelfvoorzienender kunnen maken. Hoe kunnen we in deze stad een ecosysteem creëren, waardoor we niet meer afhankelijk zijn van die import en export. Hoe zorgen we er dan toch voor dat mensen aan het werk blijven en de publieke voorzieningen overeind blijven in Rotterdam? De coronacrisis laat in ieder geval zien dat het mogelijk is om in te grijpen. De luchtkwaliteit in bepaalde gebieden is veel beter geworden omdat er niet of nauwelijks meer wordt gevlogen. Op sommige plekken komen plotseling planten en dieren tevoorschijn, omdat er bijna geen mensen meer komen. We kunnen het dus echt wel. Maar dan moeten we straks niet meer massaal voor 20 euro naar Barcelona vliegen.”

    Je bent nu 52 jaar. Maak jij het nog mee dat we leven in een wereld zoals jij het graag zou zien?
    “Ik hoop het. Want dat betekent dat ik vredig kan sterven en met een gerust hart mijn zoontje Finn op deze wereld kan achter laten. Dat zou het mooiste besluit van mijn leven zijn.”

    Hoe reëel is dat binnen, laten we zeggen, een halve eeuw tijd?
    Kees Klomp zucht diep.

    Vervelende vraag?
    “Nee, helemaal niet. Het is een terechte vraag. Volgend jaar komt mijn boek ‘Thrive, grondbeginselen voor een nieuwe economie’ uit. Daarin komen nieuwe denkers aan het woord. Van hen zijn er vijf héél optimistisch, een dikke tien zijn neutraal en vijf zijn ronduit deprimerend. Die laatste groep zegt dat we het op deze manier niet gaan redden, alles ineenstort en we terugvallen naar de tijd waarin we als mensheid jagers en verzamelaars waren. Zelfvoorzienend en kleinschalig. Daar zit een positieve ondertoon is, maar het is wel héél erg destructief. Die verdeling heb ik zelf ook. Een deel van mij is heel optimistisch. Wij zijn toch homo sapiens, het wijze wezen? Wij komen toch wel op tijd tot bezinning? Een deel van mij is mega pessimistisch: het komt niet meer goed met deze aarde. Voor een ander deel zit ik daar tussenin. Ik hoop écht dat het lukt en dat ik het nog meemaak. Dan weet ik dat mijn zoontje Finn ook nog van deze planeet kan genieten. Een geruststellend idee.”